Boekrecensie – City of Girls

You will do foolish things, but do them with enthusiasm.

Zo begint City of Girls en dat is inderdaad het minste wat je kan zeggen over het leven van Vivian Morris. Op een dag krijgt ze een brief van een zekere Angela met de vraag: ‘Wat betekende jij voor mijn vader?’

Om deze vraag te beantwoorden, begint Vivian te vertellen hoe ze in 1940 in New York terechtkomt bij haar tante Peg die een theatertje runt, het Lily Playhouse. Nadat ze van school werd gestuurd, zetten haar ouders haar op de trein naar New York omdat ze werkelijk geen idee hebben wat ze met hun dochter aan moeten. Vivian is jong, rijk, naïef en haar interesses reiken niet verder dan haar looks:

I was always pretty Angela. What’s more, I always knew it. 

En Vivian vindt het geweldig dat ze uit haar conservatieve dorpje wordt ‘verbannen’ naar the city that never sleeps.
Ze wordt in Grand Central Station opgehaald door Olive, een strenge Britse matrone die haar taak als assistente van tante Peg beschrijft als

to catch things that are falling through midair, right before they hit the ground and shatter.

Haar woorden zullen profetisch blijken.
De 19-jarige Vivian, die nog groen achter de oren is, komt terecht tussen acteurs en dansers. Dat ze zo goed overweg kan met een naaimachine zorgt ervoor dat ze in het theater van Peg aan de slag kan als kostuumontwerpster. Ondertussen verruimt ze haar haar blik op de wereld en amuseert ze zich te pletter.

I was good at two things: sewing and sex. I had a lot of time to make up for, was how I saw it.

Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, pakken de donkere wolken zit samen boven het Lily Playhouse. Op een avond maakt Vivian een keuze die leidt tot een schandaal in de showbizz en haar leven drastisch verandert. Vivian ontdekt dat het echte leven anders is dan wat ze kende in haar veilige coconnetje. Ze moet de gevolgen van haar daden overwinnen en haar angsten onder ogen zien. Verdergaan met haar leven. Niet als een tragisch figuur, maar als volwassen vrouw.

Auteur Elizabeth Gilbert ken je vooral van Eat Pray Love (vertaald als Eten, Bidden, Beminnen) en haak alsjeblief niet af als je dat boek maar niks vond. Dit is iets helemaal anders.
Gilberts boek pakt je bij de schouders: je gaat zitten en wil lezen en blijven lezen. Haar beschrijvingen maken dat je je werkelijk in het bruisende New York waant. Ik kan mij het het art-nouveau Lily Playhouse zo voorstellen, het white picket fence huis van haar ouders, de grauwheid van de Navy Shipyard tijdens de Tweede Wereldoorlog …

Elke verhaallijn heeft een doel bij Gilbert. Wanneer Vivians broer Walter opeens weer op het toneel verschijnt en je afvraagt ‘Waarom in hemelsnaam?’ zorgt dit in het tweede deel van het boek net voor een wending die ik niet had zien aankomen.

Gilberts personages zijn kleurrijk. Onder de mannen bevinden zich danser Roland (I was shocked that he even didn’t try to act male), Mr. Herbert met zijn droge humor, notoire playboy Billy Buell (fantastische naam trouwens!) … En dan de vrouwen. Wat een vrouwen! Grootmoeders, moeders, dochters, showgirls, actrices, tantes en vrouwelijke lassers. 

Aunt Peg was the first freethinker I’d ever met. She was of the mind that people should make their own decisions about their own lives. 

Revolutionair in 1940. Deze dames trekken zich niks aan van de heersende normen en waarden, de dingen waren gewoon zoals ze waren. Het was de realiteit. En ook al schreef Elizabeth Gilbert een boek over verlangen en vrijheid, ontaardt het nergens in een feministisch pamflet.

En dan over die bijna 500 pagina’s. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat ik mij door het boek moest worstelen, integendeel. Op den duur lijkt het alsof Vivian haar leven tegen jou vertelt en dat zorgt ervoor dat je het boek moeilijk kan wegleggen. Je stopt toch niemand die haar levensverhaal aan het vertellen is? En zeker niet als het zoveel pittige details bevat! 

City of Girls is geen moeilijk boek. Dat hoeft ook niet. Als je houdt van vlot geschreven levensverhalen van interessante vrouwen zonder een laagje suiker, dan is dit een must-read. Dit boek blijft nazinderen en ik heb waarlijk spijt dat het al uit is. Waar blijft die verfilming?

Advertenties

Deze week buiten de comfortzone #2

Eerst en vooral: deze blogpost bereikt u vanop een roze MacBook Air. Ja, roze! Apple heeft het over goud, maar laten we wel wezen: hij is roze. Dat wil dus ook zeggen dat ik ben overgelopen naar het kamp van de Macgebruikers. En ik heb er nog geen spijt van gehad!
Trouwens (geen ad, gewoon enthousiast): er lopen bij Switch nog mooie promo’s op de laatste modellen van 2018 die ze nog in stock hebben. Just saying …

City of Girls van Elisabeth Gilbert, da’s het nieuwe boek waarin ik ben begonnen en ik ben ondertussen 2/3 ver. Zeker met de hitte van de voorbije dagen was lezen met een icepack in mijn nek geen slecht tijdverdrijf. Zoals het er nu uitziet, zou City of girls wel eens in mijn top 10 van favoriete boeken kunnen komen!

Ik zag de voorbije weken twee films:

Ook haalde ik mijn naaimachine nog eens boven om een tweedehands kleedje om te vormen tot een rok. Blij mee! (En blijkbaar ben ik niet de enige die fan is. Lees maar verder.)

Hartjes voor:

  • Mijn grootvader die 85 werd.
  • De dame die me op de fiets voorbijstak en uit het niets zei: Je hebt een supermooie rok aan! (Ja, dié rok, ja.)
  • Het meisje dat mij bij 35 graden zag komen aangelopen aan de tramhalte en speciaal de deur blokkeerde zodat ik niet op de volgende tram moest wachten.
  • De mug die erin slaagde het muskietennet binnen te dringen. At least you tried. Rust in vrede.

Boegeroep voor:

  • PostNL die mijn online bestelling niet zo mooi afhandelde. Afgeleverd op een ander punt dan waar ik had gevraagd, mij daar ook niets van laten weten en toen ik het pakket dan uiteindelijk ophaalde, leek het alsof het een oorlog had overleefd. Geklaagd bij het bedrijf waar ik de bestelling had geplaatst (en dat er eigenlijk ook niets aan kon doen), maar ik heb toch mijn geld teruggekregen voor het product dat beschadigd was. Moraal van het verhaal: wie niets klaagt, heeft niks. Nèh. En een hartje voor de mensen die op een klantendienst werken.
  • Het bedrijfsrestaurant dat al voor de tweede week in zowat elk gerecht paprika verwerkt. Laat dat nu het enige zijn wat ik niet eet. Met seizoensproducten koken kan ik alleen maar toejuichen, maar er zijn op dit moment nog andere groenten dan paprika in seizoen. Echt, ik wil maandag geen paprika meer zien.

Een bijzondere openhuizendag

Wie Antwerpen zegt, zegt Rubens. Lekker cliché. Om eerlijk te zijn, kan je even goed ‘diamanten’, ‘de haven’, ‘Antwerpse handjes’ of ‘de Onze-Lieve-Vrouwetoren’ zeggen. Maar nu de portiek en het tuinpaviljoen van het Rubenshuis uit de steigers zijn, kon een bezoek toch niet uitblijven.

Rubens. Voor zij die onder een steen wonen: Peter Paul Rubens was een Antwerpse …
Enfin, Google weet vast meer dan ik.
Tot onze verrassing mochten we als inwoner van Antwerpen gratis binnen. Dat wist ik niet (misschien zat ik wel onder die steen) en was toch maar mooi meegenomen.

Het Rubenshuis is niet zomaar een museum te zijner ere, nee, het was echt zijn huis. Meer een paleis, een palazzo zoals ‘Pier Paolo’ het in Italië had gezien. Vergeet het cliché van de arme kunstenaar die pas na zijn dood de erkenning kreeg die hij verdiende. ‘Onze Pol’ was in goeden doen. Zijn palazetto was niet alleen om in te wonen, maar had ook een atelierfunctie, iets wat in die tijd ongezien was. In België dan toch. In Italië was het de gewoonte dat een kunstenaar een eigen atelier had waar hij samen met zijn leerlingen aan stukken werkte. Die leerlingen deden vaak het meeste werk, waarna de meester enkel nog hoefde te ‘retoucheren’. Zo werd ook het atelier van Rubens na verloop van tijd een echt Rubensfabriekje. 
Zijn zaakjes draaiden meer dan behoorlijk en hij werd een echte BK − bekende kunstenaar, geliefd bij Europese royals, staatsmannen en diplomaten. Zo was hij in staat een unieke kunstcollectie aan te leggen, die je vandaag samen met enkele van zijn eigen werken in het Rubenshuis kan bekijken.

Kijk tijdens je bezoek niet alleen omhoog − zoals ik deed − maar let ook op waar je je voeten neerzet. Om − begrijpelijke − veiligheidsredenen mag je in het museum niet te dicht bij de werken komen. Zo was ik nog geen tien minuten binnen of ik lag al bijna languit op mijn buik. Natuurlijk was ik naar het schilderij boven de haard aan het kijken zodat ik de draad op een halve meter hoogte niet had gezien.
Een. Halve. Meter. Waar halen ze het? Dat in combinatie met museumgidsjes op papier, is vragen om ongelukken. De arme suppoost die er op een stoeltje naast zat, had niets anders te doen dan de nietsvermoedende bezoeker te behoeden voor het onheil. En telkens dat ding werd aangeraakt, ging er een alarm af. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat er een beurtrol voor die plaats is.

Het museum dan. Als je wil weten hoe de gegoede burgerij in de 17e eeuw woonde, is het alleen al de moeite waard. Reken daarbij nog eens een topcollectie aan schilderijen en andere kunstwerken en het plaatje is compleet.
Het topstuk hangt voor mij persoonlijk al in het begin van het museum, in een kamer op de eerste verdieping. Een portret; een mooi staaltje chiaroscuro in de stijl van Caravaggio. De maker was mij onbekend en aangezien ik braaf mijn papieren gidsje op het verzamelpunt heb achtergelaten, kan ik je ook zijn naam niet meer vertellen. Maar ga vooral zelf op ontdekking! Naast de vaste collectie zijn er steeds enkele werken ‘op bezoek’. 

Als je vervolgens helemaal klaar bent met die openhuizendag, dan zijn de houten banken in de tuin en op de binnenplaats ideaal om even op adem te komen. 

Het Rubenshuis in het kort:

  • Waar ligt dat? Wapper 9-11, Antwerpen (een zijstraat van de Meir). 
  • Hoeveel tijd moet ik ervoor uittrekken? Reken toch op anderhalf uur.
  • Zou je het aanraden? Als mijn bovenstaande uitleg niet duidelijk was: JA! Trouwens ook begrijpelijk voor je bezoek uit het buitenland, dankzij de papieren gidsjes die vertaald zijn in het Engels, Frans, Duits Spaans en Italiaans. Deze gidsen kan je daarna teruggeven zodat ze hergebruikt of op zijn minst gerecycleerd kunnen worden. Hoera! Al is een audiogids misschien net iets handiger?
  • Meer info op de website.

Deze week buiten de comfortzone #1

Ik heb de gewoonte om elke dag wat aantekeningen te maken over wat ik zoal meemaak. Dan kan ik ze beter in een blogpost gieten, dacht ik zo.

  • Een dagje ‘verdwaald’ in Antwerpen en bijna second thoughts gekregen over diezelfde verhuis.
  • Tijdens mijn bio/veggie lunch ontdekt dat vaste waarde De Biologische Bakkerij in de Volkstraat een overnemer zoekt. Wie voelt zich geroepen?
  • Een nieuwe kapper uitproberen is altijd een beetje buiten de comfortzone gaan. Gelukkig ben ik niet bang van een schaar (al was het deze keer een mes) en was ik bij Joppe van De WAKKO Kapper in Antwerpen in goede handen!
  • Vóór mijn kappersbezoek nog even een boekhandel/koffiebar binnengewandeld: CronopiO. Een fijne plek waar ik zeker nog eens naar terugkeer. En onafhankelijk! Support your local bookshop!
  • Ik haalde in de bib een stapeltje poëzie: iets van Maud Vanhauwaert en alles van Sylvie Marie, want nadat je een workshop bij een auteur hebt gevolgd, wordt het toch eens tijd dat je iets van haar leest. #ikschaammijdiep
    Alvast ook wat van David Troch in huis gehaald, want *tromgeroffel* ook hij geeft een workshop in De Kwekerij, waar ik keihard naar uitkijk. 
  • Na mijn bezoek aan de Permekebibliotheek (toch irritant hoor, die zomeropeningsuren) op het terras van de ZOOmerbar beland. Oké, het is daar mooi, maar om het nu ’t schoonste terras van ’t Stad te noemen? De drankkaart is ook wat overpriced, als je het mij vraagt. Maar je hebt wel zicht op het Centraal Station en er zijn ECHTE FLAMINGO’S. Ga vooral zelf eens kijken als je in de buurt bent. (Het station verlaten richting het Astridplein en dan direct naar rechts, van 16u tot 21u.)
  • Een Italiaans restaurant ontdekt op de Prins Boudewijnlaan: La Terrazza. Op de benedenverdieping van een beschermd gebouw van architect Leon Stynen (voor de liefhebbers). Mooi gebouw, mooi interieur, lekker eten. Mijn tip: ga voor de pasta met zeevruchten en bottarga. Hémels! Voor de zoetebekken: hou wat plaats, want de dessertporties zijn reusachtig! Een dessertje delen kan natuurlijk ook, tenzij je van het principe Joey doesn’t share food bent.

20 dingen die ik graag doe

Een lijstje van twintig dingen die je graag doet en hoe lang ze zijn geleden, dat zag ik bij lilith van Tales fom the crib. Een goeie checklist om te zien of ik wel goed genoeg voor mezelf aan het zorgen ben.
Niet slecht bezig precies.

Zin om mee te doen? Post de link naar jouw 20 dingen in de comments.

  • Knuffelen met mijn lief. Een paar uur geleden. Prioriteit nummer 1.
  • Lezen. Ik ben een lettervreter. Als ik woorden zie, moet ik ze lezen. Dat gaat zo ver dat ik zelfs de etiketten van de pot mayonaise lees als we aan het eten zijn.
  • Iets nieuws leren. Een kleine maand geleden leerde ik een macramé plantenhanger knopen bij The Plant Corner. Dat doet me eraan denken dat ik daar nog een blogpost over wil schrijven.
  • Schrijven dus. Schrijven maakt me gelukkig, als ik in de ‘flow’ zit, tenminste. Ik doe graag inspiratie op tijdens workshops. Zo volgde ik onlangs een workshop Recensies schrijven bij Katrien van This is how we read en volgende week ga ik in De Kwekerij groots leren schrijven over kleine dingen, maar dan onder leiding van Sylvie Marie. 
  • In de zee zwemmen. Ongeveer twee weken geleden in Sardinië. Even op de tanden bijten omdat ik niet wilde toegeven dat het nog geen weer was om te zwemmen. (’t Is koud zeker? Nee zenne, kom maar! Hehehe.)
  • Gezelschapsspelletjes spelen. Gisteravond. Ticket to ride.
  • In een tweedehandswinkel rondstruinen. Een maand geleden. Vooral om tweedehands kleren te kopen. Een uniek stuk vinden dat mij als gegoten zit, dat zijn kwaliteit al heeft bewezen, en dat voor een klein prijsje: daar word ik blij van.
  • Tweedehands kleren vermaken. Ik kan me de laatste keer niet meer herinneren, tenzij je gaten stoppen in mijn lievelingstrui meerekent. Ik heb nochtans een kleedje hangen waarvan ik een rok wil maken.
  • Knuffelen met een hond. Bij gebrek aan een eigen hond, de hond van iemand anders. Bij voorkeur eentje die niet in mijn neus bijt. Vorig weekend. Zonder incidenten deze keer.
  • Reizen. Net terug van Sardinië. Volgende bestemming: Sardinië. (Ik zie een patroon.)
  • Wandelen aan zee. Drie weken geleden. In Sardinië, ja.
  • Een bad nemen. Een heet bad. En als het te veel afkoelt, een deel van het water laten weglopen om er opnieuw heet water bij te doen. Om er dan compleet oververhit en gerimpeld terug uit te komen. 
  • Een massage in combinatie met acupunctuur. Voor mijn maandelijks onderhoud moet alles wijken, ook al heb ik dan soms meer weg van een speldenkussen.
  • Iets met mijn handen maken. Vorige week maakte ik nog een nieuwe punch needle patch. Iets wat ik bij het atelier van eva v. leerde.
  • Een goeie film of serie kijken met mijn lief als kussen van dienst. (Wij zijn een redelijk fysiek koppel, ja.)
  • Koken. Ook al kijk ik er soms tegenop, als ik in mijn potten sta te roeren, glijdt de stress van mij af.
  • Ontsnappen aan het winterweer in België. Begin januari was Barcelona daar de ideale plek voor.
  • Meezingen. Vorige week. Gebeurt veel minder nu ik met de trein naar het werk ga. Ik wil dat de mensen in mijn coupé niet aandoen.
  • Yoga. Enkele maanden geleden. Ondanks alle goede voornemens. Doeme toch.
  • Verse bloemen kopen. Weeral een maand geleden. Ik weet wat mij te doen staat. 

Geroosterde pompoen met granaatappelpitten en tahinsaus

Pompoen is zo’n lekkere en voedzame groente, maar ook erg hard, waardoor de kooktijd vaak lang is. Niet altijd ideaal als je weinig tijd hebt. Deze bereiding heb ik gehackt waardoor je de bereidingstijd aanzienlijk kan verkleinen. Kijk even mee …

Wat heb je nodig:

  • een glazen pyrex pot met deksel
    #meiplasticvrij
  • een ovenschotel
  • een halve butternutpompoen,
    liefst het bovenste deel (daar zitten geen pitten of vezels in)
  • een halve granaatappel
  • ongeveer 3 eetlepels tahin
  • een eetlepel limoen- of citroensap
  • een handvol pompoenpitten
  • een paar blaadjes munt

Hoe maak je het?

  • Snijd de butternutpompoen in tweeën. We gaan met het bovenste deel van de pompoen werken, want daar zitten geen pitten of draadjes in. 
  • Schil de pompoen en snijd hem in plakken van ongeveer 1,5 centimeter. Snijd deze plakken nog eens in tweeën zodat je halve maantjes hebt.
  • Leg de stukken pompoen in de pyrex pot, zet het deksel erop en zet 5 minuten in de microgolfoven aan 950 W.
  • Neem de pot na 5 munten uit de oven en hussel de plakken pompoen door elkaar. Zet daarna nog een keer 5 minuten in de microgolf.
    Tip: Dit kan je ook van tevoren doen. Bewaar de halfgare pompoenplakken dan in een afgesloten doos in de koelkast. Foodprepping!
  • Leg de pompoenplakken in de ovenschaal. Sprenkel er wat olijfolie over en kruid met komijn, zwarte peper en zout. Verdeel er de pompoenpitten over.
  • Verwarm de oven voor op 180°C. Zet 25 minuten in de oven.
    Terwijl de pompoen gaart, kan je de tahinsaus maken en later het gevecht aangaan met de granaatappel.  (Ook deze dingen kan je van tevoren klaarmaken.)
  • Afhankelijk van hoeveel tahinsaus je wil maken, leng je een paar lepels tahin aan met water. Goed roeren tot de consistentie je bevalt. Je lopend? Meer tahin. Te dik? Meer water. Simpel! Op smaak brengen doe je met een beetje limoen of citroen en zout, al kies ik voor Herbamare.
  • Wat de granaatappel betreft: 1) doe geen witte kleren aan, en 2) succes! 
  • Verdeel de pompoen over de borden, strooi de pompoenpitten, de granaatappelpitten en de gehakte muntblaasjes erover. Dresseer met de tahinsaus. Smakelijk!

Granola met blauwe bessen

Zaterdagnamiddag. Van achter het glas ziet het er mooi uit, maar buiten waait een snijdende westenwind. Brrrr! Naast boodschappen doen, zie je mij vandaag niet buiten.

Ik had online al een aantal recepten voor granola gevonden, maar zoals altijd heb ik van een vijftal recepten mijn eigen ding gemaakt. #plantrekker

Wat heb je nodig?

  • Blauwe bessen. De hoeveelheid liet ik afhangen van de grootte van mijn ovenschotel, maar met 500g kom je zeker toe.
  • 3 koppen havermout
  • 1/2 kop olijfolie, al lukt het met een andere vetstof waarschijnlijk ook wel.
  • 1/2 kop agavesiroop.  Agavesiroop heeft een erg lage glycemische index. Een onmisbaar ingrediënt in de keuken als je zoals ik op je suikerinname wil letten.
  • 1/2 kop amandelmeel. Amandelmeel had ik niet, maar ik had nog een restje amandelschilfers in mijn voorraadkast liggen. Hup, de 1-2-3 in, en dan heb je ook meel.
  • 1/2 kop pecannoten. Ik had nog een restje in mijn voorraadkast liggen en gooide dat ook de 1-2-3 in.
  • Een snufje zout.
  • Kaneelpoeder. Zoveel je wil. Die geur, zalig!

Wat moet je doen?

  • Doe de havermout in een grote mengkom en voeg het amandelmeel en de gehakte pecannoten toe.
  • Voeg een beetje zout toe en zoveel kaneelpoeder als je wil.
  • Vervolgens giet je er de olijfolie en de agavesiroop bij.
  • Meng alles goed door elkaar.
  • Bekleed de ovenschotel met bakpapier.
  • Bedek de bodem met de blauwe bessen en doe er vervolgens de havermoutmix over.
  • Laat de oven voorverwarmen op 180°C en bak gedurende 25 minuten.

Na 25 minuten ruikt je huis helemaal naar kaneel en is de granola klaar.
Zalig als ontbijt op zondagochtend! En de overschot is voor de rest van de week.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag